interview met stéphanie leblon

Gent, 30 april '09.

Ik heb met kunstschilder Stéphanie Leblon afgesproken in haar atelier, gelegen in het begijnhof in de Lange Violettestraat te Gent. We gingen het eerst over de tien geboden hebben, maar toen stelde Stéphanie voor haar tien schilderijen - bedoeld voor haar solo in Galerie Jan Dhaese – één voor één te bespreken en te beschouwen. Het was een eer haar schilderijen in avant-première te mogen aanschouwen en met een frisse blik mijn bevindingen te mogen uiten. Ze heeft er een fan bij.



1° 'Fluistering'



Hilde Van Canneyt : Ik zie op het eerste gezicht een slapende, oudere, gesettelde man die ingesnoerd zit in een gele ‘lijn’ met uitsteeksels. Hoe ben je tot dat werk gekomen?

Stéphanie Leblon: Voor deze reeks, gemaakt voor mijn tentoonstelling in Galerie Jan Dhaese, ben ik vertrokken vanuit foto’s van paranormale ‘toestanden’. Voordien had ik een reeks gemaakt rond fanfares, rond optreden en spelen. In het laatste schilderij dat ik voor die reeks maakte, beeldde ik een trapleuning af uit een spookhuis. Daarvoor heb ik een foto gebruikt uit de beginperiode van de fotografie, toen er nog gedacht werd dat men spoken ging kunnen vastleggen op foto’s. Ik begon tekeningen te maken naar die mooie oude foto’s, maar tegelijkertijd vroeg ik me af wat me daaraan bleef intrigeren: dat was de poging om het onverklaarbare, het ongrijpbare vast te leggen. Rond die zoektocht heb ik de hele tentoonstelling opgebouwd. Deze man op dit schilderij is langs de ene kant vrij vlezig en zwaar, maar bevat ook een bepaalde lichtheid. Hij denkt na of slaapt. Die gele lijn doet inderdaad denken aan iets i.v.m. statistiek, om iets op te meten. In die zin vind ik de tegenstelling in dit schilderij interessant.



Heb je die rode lijn, als een injectie in zijn hals bijna, daar bewust geplaatst?

Leblon: Nee, dat is meer een soort kader dat ik daar plaatste. De man zit eigenlijk geframed, opgemeten, wat extra effect genereert.




2° Memoires van een dromer


We zien terug een portret van een oudere man met een soort oud meetinstrument.

Leblon: Het stelt een slapende man voor, maar ik heb het schilderij gekanteld, zo dat het slapen meer een activiteit wordt. Later heb ik het meetinstrument erbij geschilderd. De kop is vrij vlezig weergegeven, de rest is - in tegenstelling - heel vluchtig, schetsmatig en schraal geschilderd. De activiteit van het opmeten van dromen en gedachten wordt hierdoor heel duidelijk voor mij.



Het fotomateriaal van waaruit je vertrekt, betreft dat ook foto’s van zieke mensen?

Leblon: Mijn relatie met fotografie is van die aard dat ik echt overal beelden vind die me een klik geven en waarvan ik voel dat ik er iets mee kan doen. Die vind ik zowel op internet, in kranten, als in encyclopedieën, die ik dan samen mix. Ik schilder nooit zomaar één kop na.




3)° De bedenkelijke gedachte


Laat ons eerst verder de mannen in het rijtje nemen… Dit schilderij is in vergelijking met de twee vorige, eerder surrealistisch – al is dit geen goed woord voor dit werk - maar ik bedoel dat die persoon hier even goed dood kan zijn. Hij lijkt wel een droombeeld van een dode.

Leblon: Ik denk dat, doordat de achtergrond vrij doorwerkt is met die lijnen, er een ander evenwicht is tussen voor- en achtergrond. Het zit er meer in verweven, waardoor hij meer binnenin het schilderij wordt geduwd.



Had je dat beeld al vooraf in je hoofd?

Leblon: Ik kom altijd vrij goed voorbereid in mijn atelier toe. Ik weet meestal wat ik ga doen, maar terwijl ik aan het werk ben ,vergeet ik mijn voorbereiding en laat ik de dingen gebeuren.



Bedoel je dat je eerst een potloodschets van je schilderijen maakt?

Leblon: Inderdaad. Dit is wel één van mijn laatste portretten, dus het idee van wat ik wou doen, zat wel al enorm in mijn handen. In die zin voelde ik hier niet zoveel behoefte om veel op voorhand uit te werken.



Ben je hier al onmiddellijk tot de essentie kunnen komen van wat je in je andere portretten wilde vertellen?

Leblon: Inderdaad.



Die blauwe kleur, is dat puur intuïtief geschilderd?

Leblon: Ja, puur intuïtief. Kijk, ik werk met olieverf en werk niet helemaal nat in nat, in die zin dat er altijd een droogproces in zit. Het werk begint met een eerste grondlaag, tussendoor werk ik aan een tweede schilderij, enzoverder… Sowieso groeien mijn schilderijen vrij organisch. Iedere dag maak ik een balans op van wat er gebeurd is en denk ik: morgen doe ik dat, maar dan kom ik de dag nadien in mijn atelier en heb ik weer een ander idee… Ik was met die oker kleur begonnen en voelde ook dat die kleur heel belangrijk was. Dat hoofd had ik ook al in andere schilderijen gebruikt, maar ik voelde dat ik uit dat hoofd nog meer kon uithalen en voor mij staat het hier nu juist.



Nog eens naar dat nat in nat, wat heb je daar op tegen?

Leblon: Niks, maar pas als de ondergrond goed droog is, heb ik het gevoel dat ik er goed op kan werken.



Ik vind dit een sterk werk, Stéphanie!





4° Noise


Je zou denken, dit is nu al de vierde man, er zal wel iets gelijkend inzitten, maar toch voel je een andere sfeer. Ik zit niet te denken, wéér nen ventekop’…

Leblon: (lacht) Met mannen val je nooit in herhaling, Hilde…



Nee?

Even serieus, dit schilderij straalt terug een andere sfeer uit… Hou je van dat woord of vind je het vies als ik dat woord gebruik?

Leblon: Ik hou wel van dat woord…



Je hebt kunst zonder sfeer, maar als het kunstwerk een sfeer uitstraalt, is er tenminste al een gemoedstoestand die bij de kijker wordt losgemaakt. Als we het over mooi moeten hebben… tja, ik kan er nu nog geen antwoord op geven.... misschien straks…

Leblon: Door het feit dat hij onder die nek geklemd zit, maar langs de andere kant misschien heel vredig ligt te slapen - al zou hij ook dood kunnen zijn – voel je inderdaad op het op het eerste zicht beklemming. Als dat hoofd weg zou zijn, zou het ook een abstract werk kunnen zijn.



Ik ben op het eerste zicht nog meer gefascineerd door je kleurenlijnen en speelse elementen vooraan. Ook de potloodlijnen die er nog doorkomen maken het extra sterk.

Leblon: Het schilderij heet ‘Noise’ omdat hij zich afwendt. Hij heeft ook zo’n pijnlijke grimas. Het is een vorm van actieve pijn, in die zin is het anders van sfeer. Hij heeft ook iets vrijers dan die dromer, al zit hij ook wat geklemd tussen de lijnen van het schilderij.



Hij straalt ook iets heel verdrietigs uit…

Leblon: Dat zijn inderdaad allemaal interpretaties die erbij horen. Mijn inspiratie komt van een foto van iemand die keihard op iets aan het duwen was, als een experiment. Wat gebeurt er als je keihard op iets duwt? Als je de context weg laat, kom je tot een resultaat dat voor verschillende interpretaties vatbaar is.





5° Testcase II



In je vorige portretten kwamen die ziektebeelden meer naar boven, hier voelen we voor het eerst dat paranormale. Het doet me wat aan de sfeer van het Dr. Guislainmuseum denken. Zelfs al had je dat rode bolletje dat letterlijk tussen zijn handen zweeft niet geschilderd, dan nog zou er dat paranormale, ietwat lugubere sfeertje opgeroepen worden. Aan zijn gezicht kan je zien dat de man helemaal opgaat in het proces.

Leblon: Het was ook één van mijn eerste schilderijen, het schilderij staat nog heel dicht bij het begin van die foto’s. Ik vond het heel belangrijk dat niet alle beelden het paranormale ‘op zich’ gingen tonen. Anders werd het al gauw een rariteitenkabinet. Ik had behoefte er dieper op in te gaan en te zoeken naar de essentie. Ik ben meer geïnteresseerd in het experiment en in het zoeken.



Dit werk zou ook door iemand anders kunnen geschilderd zijn, maar dat kan je als een compliment opvatten hoor…

Leblon: Je voelt dat dit schilderij een beetje een andere sfeer heeft, maar ik vind dat het er daarom ook net bijhoort, omdat het wat tegengewicht biedt voor de andere schilderijen.



Heb je dubbel zoveel schilderijen gemaakt als deze tien die jij me hier als preview in je atelier laat zien?

Leblon: Zeker.



Op welke basis heb je deze tien werken gekozen? Moeten ze bij elkaar ‘passen’ op de expo?

Leblon: Nee, ik kies voor werken waarvan ik voel dat ze standhouden.



Uiteindelijk staan de schilderijen op zichzelf. Soms heb ik op tentoonstellingen het gevoel dat alles teveel in het plaatje van de desbetreffende expo moet passen. Er moet inderdaad een verhaal zijn, maar uiteindelijk moet ieder schilderij er op zich staan. Ik vind het wel goed dat je dat hebt laten overheersen.

Leblon: Je hebt natuurlijk die tentoonstelling die zeker moet kloppen, maar er is ook telkens de ontmoeting met het schilderij apart, en dat moet ook kloppen. Alhoewel ik het wel belangrijk vind tijdens het schilderen in functie van een tentoonstelling te denken. Dat dwingt je om keuzes te maken.



Hoe lang heb je naar deze expo in de Galerie Jan Dhaese toegewerkt?

Leblon: Anderhalf jaar.



Hoe ga je te werk met je formaten? Zijn die intuïtief gekozen? Omdat ze heel wisselend van formaat zijn… veel schilders kiezen hetzelfde formaat in functie van een expo.

Leblon: Ik kies mijn formaten volgens het beeld en het aanvoelen.



Je werkt redelijk klein voor een schilder…

Leblon: Toch bij deze reeks, omdat dit een intimistisch thema is. Het gaat over een zeer kwetsbaar iets en in dat klein formaat zit het beter in balans. Als je op groot formaat werkt, ‘blow je de dingen op’. Als je een kop groter schildert dan zijn werkelijke grootte, dan is die communicatie ook helemaal anders. Ik vond het heel fijn om op dezelfde hoogte te communiceren met de toeschouwer. De formaten van de hoofden kloppen min of meer met de werkelijke grootte, zo dat je in die kop kan binnendringen. Het nodigt de toeschouwer ook uit om op onderzoek te gaan binnen het schilderij. Hoe de afgebeelden bijna in hun eigen hoofd kruipen, zo kan ook de toeschouwer op zijn beurt ook ‘in het schilderij kruipen’.


Dit werk heet Testcase II, hoe belangrijk zijn titels voor jou?

Leblon: Ze zijn toch wel van belang omdat je zo de interpretaties en associaties wat kan (tegen)sturen… ze worden mettertijd belangrijker.



Nochtans zijn titels in de figuratieve schilderkunst doorgaans niet zo belangrijk, zeker niet in vergelijking met bijvoorbeeld conceptuele of abstracte kunst.

Leblon: Het ontstaat organisch hoor, veelal nadat ik het schilderij gemaakt heb, soms ook tijdens. Woorden plaatsten bij het werk hoort bij het proces.



Vind je het zonde dat de titels ontbreken als je naar een andere tentoonstelling gaat?

Leblon: Het hangt ervan van. Ik werk vanuit het figuratieve, en daardoor is de taal een ondersteuning van het werk, het duidt het meer. Bij mij is dat noodzakelijk, maar dat hangt af van het standpunt van de kunstenaar tegenover schilderkunst.



Doordat je titels geeft, gaat de kijker weeral anders naar je werk kijken.

Leblon: Sommige titels duwen de kijker net in de richting of net tegenovergesteld. Maar ik heb een werk dat Roze en oranje heet, welja, dat is meer een persoonlijke titel voor mezelf. Voor de kijker is die titel gewoon neutraal, maar voor mij was dat roze belangrijk terwijl ik het maakte.






6° testcase III



Dit werk is op het eerste zicht het meest in het oog springende, een echte eyecatcher, zoals een popsong. Je andere werken zijn subtieler, zoals een song die je een paar keer moet beluisteren vooraleer je erin komt. Het is ook je meest commerciële werk, denk ik. Mensen die minder van schilderkunst kennen, gaan deels door die rode bollen en deels door de manier van schilderen ook tot dit werk aangetrokken worden.

Leblon: Dat is dan ook het beeld dat op de uitnodiging staat. Die rode bollen op die proppen watten dienen om druk te geven op haar ogen. Het meisje kan ook niet horen, want ze zit met een soort koptelefoon op haar oren. Ze is echt afgesloten van alles en heeft ook geen blik. De figuur zit nog meer dan de andere personages in mijn schilderij volledig in haar cocon. Het is eigenlijk een experiment: als je drukt op de ogen, wat zie je dan?



Hier vallen me weeral de oude meetinstrumenten op, totaal onhedendaags.

Leblon: Ik wil bewust geen hedendaagse instrumenten gebruiken, omdat je die minder ‘voelt’… Die oude instrumenten tonen nog meer het onderzoek aan, vind ik.





7° Vier gele stippen op een lijn



Wat zien we? Een hand met onderaan een soort caravan van bewegende stippen… speciaal werk… ik probeer er een gevoel bij op te roepen, maar kan niet echt iets vinden, dus laat ik er jou over vertellen.

Leblon: Mijn ‘handen’ zijn constant bezig met activiteiten die niet definieerbaar zijn. Wat ik altijd heel sterk vind, is het idee van braille lezen, dat je letterlijk door wat je voelt in een andere wereld komt. In feite zijn al mijn ‘handen’ met een ongedefinieerd onderzoek bezig in een ongedefinieerde ruimte. Letterlijk aan het wroeten en tasten. Eigenlijk weten die handen ook niet juist waarnaar ze op zoek zijn. Daarom vond ik het boeiend die handen te kopiëren, los van een blik. Nergens in deze tentoonstelling is er een rechtstreekse blik. Alle ogen zijn dicht of geven geen bijkomende informatie, alle handen zitten weg, niks geeft bijkomende informatie. Het letterlijk tasten in het duister?



Hebben die gele stippen een betekenis?

Leblon: Ik wil mijn ‘handen’ in een ongedefinieerd landschap zetten en dat is mijn oplossing daarvoor. Ik vond het heel mooi ze zo weer te geven. De titel heet ook ‘Vier gele stippen op een lijn’. De foto waarnaar ik werkte, was een sciencefiction fiction-achtig landschap, waarvan ik alles heb weggelaten, behalve die vier stippen.



Waarom schilderkunst meer bij mij losmaakt dan andere beeldende kunst, heeft precies te maken met die hand die je voelt, die penseelstreken die je maar niet loslaten. Ik voel bij jouw schilderijen dat iedere lijn klopt en ik heb nergens het gevoel dat er een penseelveeg te veel of te weinig opstaat. Meestal heb ik zin om me te moeien met en in het schilderij, waarschijnlijk tot ergernis van de schilder, of kan ik het niet laten te zeggen van: “daar rechts ontbreekt er iets” of “zou je je kleuren niet aanpassen?” of “je compositie klopt niet”…

Op het eerste gezicht leken ze me niet ‘af’, maar nu we ze één voor één voor ons tegen de muur hangen, zie ik dat ze echt wel helemaal er staan.






°8 Roze en oranje




Hier zien we meer, zoals bij je hoofden, de praktijken met die meetinstrumenten, het zoeken…

Leblon: Dit beeld komt uit een heel klassieke operatie. Het heet Roze en oranje doordat ik de handen heb losgemaakt van het lichaam en ze in een soort cleane omgeving plaatste. Alleen maar door die bruine lijnen toe te voegen, krijgt het een andere connotatie. Het lijkt een beetje aan te tonen: dààr gebeurt het onderzoek.



Dit schilderij doet me wat aan Michaël Borremans’ werk denken, door die handen die spelen in hun eigen wereldje. Ben je door hem beïnvloed?

Leblon: Ik voel me verwant met de hedendaagse schilderkunst. Ik kan me dus best voorstellen dat er daar linken mee te leggen zijn.



Ben je nog door andere kunstenaars beïnvloed geweest? Nu of vroeger?

Leblon: Ik vind het sowieso belangrijk andere schilders te bestuderen. Zo heeft de Nederlandse schilder René Daniels me echt van mijn sokken geblazen met zijn expo in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Ik ben zelfs driemaal terug geweest. Terry Winters vind ik ook heel interessant, hij schildert abstract, en is heel erg bezig met het ruimtelijke van een schilderij. Het kijken naar andere schilderijen heeft inderdaad heel erg mijn mening beïnvloed.






9° Blauwdruk



Dit schilderij lijkt me ‘duidelijker’ dan de andere, hoewel het in de lijn ligt van je vorige schilderijen ligt. Je kan er niet naast kijken, het heeft weer te maken met ‘onderzoek’. De statistieklijnen zijn hier erg aanwezig. Je zou het bijna een duo-schilderij met je vorige schilderij kunnen noemen.

Leblon: Zo zou je het inderdaad kunnen stellen, hoewel dit meer het zoeken en het wroeten is en het andere tactieler is.



Voor dit werk heb ik eigenlijk geen woorden om uit te drukken wat het is en wat het nu precies met me doet, dus zal het wel goed zijn…

Leblon: Laten we het daar dan maar bij laten! (lacht)






°10 De opgemeten toestand




Om af te sluiten schotel je mij nog een schilderij voor waar geen hoofd of hand te bekennen is. Wat zie ik? Het lijkt een speels werk, je ziet of voelt er op het eerste zicht het onderzoek niet echt in. Het fascineert me, maar brengt me niet echt in een droomwereld. Je voelt dat het niet zomaar een abstract werk is. Ik zie dat je ons een wereld wil laten zien, maar ik weet niet echt welke wereld, dus vertel!

Leblon: Dit schilderij heeft de titel van deze tentoonstelling: ‘De opgemeten toestand’. Ik vond het heel leuk om nog een werk te hebben dat ‘het totaalbeeld’ van de expo terug wat doorbreekt. Die mensen die ik afbeeldde waren telkens naar een mentale ruimte aan het gaan, ze zaten in een bepaalde zoektocht en dit zou in feite die ruimte kunnen zijn. Ik ben vertrokken vanuit een foto van een ingewikkeld soort machine met bolletjes erin. Die rode bollen die als onderzoeksobjecten nu ergens via een rode lijn verbonden zijn en in een soort ongedefinieerde ruimte hangen. Het is ook een ruimte die meer vragen oproept dan antwoorden biedt.



Dat is wel een mooie en trefzekere laatste zin. Ik vind wel dat ze klopt…




Hilde Van Canneyt, Copyright 2009..



Met dank aan Croxhapox.



Stéphanie Leblon exposeert in de Gentse galerie Jan Dhaese van 10 mei tot 21 juni ’09.

en van 25 juni tem 15 september 2009 groepstentoonstelling 'Fading' museum Elsene









------------------------------------------------------------------------------------

statcounter