Interview met Johan Van Geluwe

vorig interview: HERMINE DE GROEVE, volgend interview: MICHEL COUTURIER  

Ik tref Johan Van Geluwe (°1929) aan tijdens de opstelling van de expo ‘3GENERATIONS’ in BRUTHAUS te Waregem. (februari 2013)

'A JUNK OF ART IS A JOY FOR NEVER'
 

Hilde Van Canneyt: Hallo Johan, je bent nu 83 jaar, wat heeft kunst je doorheen de jaren geleerd? Je zou ondertussen al ervaringsdeskundige moeten zijn.
Johan Van Geluwe: Wat kunst me heeft geleerd? Jong te blijven, hé!

HVC: Heb je vaak wakker gelegen van je kunst?
JVG: Soms wel. Als ik een installatie moest maken en de ruimte had opgemeten en ik over een bepaald thema moest nadenken, dan kon ik daar wel eens twee nachtjes van wakker liggen. Dan moest ik eerst die ruimte tot mij nemen...  tot plots het idee er kwam. 's Anderdaags tekende ik dan mijn idee uit en klopte het perfect.

HVC: Werk(te) je meestal in situ?
JVG: Ik wilde altijd vertrekken van de reële situatie en maakte dan speciaal daarvoor werk. Ofwel paste ik me aan aan de ruimte, ofwel paste de ruimte zich aan mij aan.

HVC: Had je al vanaf je begon met 'kunst maken' iets van: "Ik wil een bekende kunstenaar worden!"?
JVG: Neen, daar dacht ik toen niet aan. Het is me overkomen.


HVC: In 1953 studeerde je af als architect. Erna werkte je als architect en vanaf '74 tot '94 was je docent architectonisch ontwerpen op Sint-Lucas te Gent. Ondertussen begon ook je carrière als ARTchitect te ontspruiten. Sinds '69 was je directeur van fictieve-echte instellingen, zoals van A.R.T. (Art Recycling Terminal), M.A.O. (Multinational Art Office) en M.O.M. (Museum of museums).
Van het M.O.M. ben je zowel directeur als archivator als conservator en ben je er ook verbonden als kunstenaar. Met M.O.M. wilde je de macht van musea doen afnemen. Is je dat gelukt?
JVG: Ze zijn zelf tot de conclusie gekomen door er mee bezig te zijn. Al geloof ik zelf ook niet in een opendeur-museum. De drempel moet je een beetje hoog leggen, want als je ze te laag legt, krijg je de carnaval binnen. Er moet een zekere afstand zijn, maar een museum moet ook niet zoals vroeger een gesloten burcht of een ivoren toren zijn. Dat is gelukkig voorbij.

HVC: Met deze instellingen wilde je de conventies en stereotypen van de beeldende kunst tarten, las ik. Je wilde relativeren, de bestaande kunstwereld doorprikken en de clichématige benadering van kunst in vraag stellen. Daar ben je tot op de dag van vandaag nog altijd mee bezig.
JVG: Inderdaad. Er lopen veel te veel dikkenekken rond in de kunst.

HVC: Eindelijk iemand die het durft te zeggen!
JVG: Daarnaast gebruiken ze jargon dat niemand verstaat. Vele curatoren voelen zich boven de kunstenaars verheven.

HVC: Je hebt je werken nooit willen verkopen. Leven van de kunst was voor jou dus helemaal uit den boze.
JVG: Ik leefde van mijn wedde en nu van mijn pensioen.

HVC: Toch was je kunst geen hobby.
JVG: Het was meer een statement. Een 'roeping' is een slecht woord, maar ik wilde toch iets meer doen dan een commercieel product maken.

HVC: Had je nog 'hobby's' naast de kunst?
JDW: Ik ben graag bij mensen. Ik ga met plezier een pintje drinken en ik ga gaarne gaan eten, maar wie niet?
Misschien ook vrijheid? Dat is toch héél belangrijk voor mij. Je hebt vrijheid en je hebt gelijkheid. Als er teveel vrijheid is, is er ongelijkheid. En als er teveel gelijkheid  is, is er onvrijheid.

HVC: Is geld een slechte drijfveer?
JDW: Ja. Je moet gewoon koppig en zelfbewust zijn, weten waar  je naartoe wilt gaan en je niet laten meedrijven met de hype van het moment, want dat is mode en mode is vergankelijk.

HVC: Je verafschuwt dan ook de trivialisering van kunst en cultuur.
JVG: Absoluut.


HVC: Ik som enkele kenmerken op van wat ik las over je kunst:
je houdt van de verborgen betekenis van taal en je hebt een kritische houding t.o.v. kunst, politiek en maatschappij, waar je subversieve ironische commentaren op geeft.
Door je volledig vertrouwen in eigen waarden en je wantrouwen t.o.v. elke vorm van macht, balanceert je werk tussen rusteloosheid, angst, hoop, liefde en dood.
Het is natuurlijk dubbel: langs de ene kant verzet je je tegen de machthebbers, maar anderzijds heb je natuurlijk die instellingen nodig om er te mogen exposeren. Evenwicht bewaren, is dat niet het moeilijkste in de kunst?
JVG: Nja... Maar dat is hetzelfde als iets bouwen als architect: je hebt de eigenaar, de aannemer en de architect. Als iedereen op hetzelfde niveau komt, dan maak je iets sterks. Mijn motto is: 'Eendracht breekt macht'.


HVC: In 2005 kreeg je ook een plaats in de overzichtstentoonstelling ‘Visionair België’ (expo ter gelegenheid van 175 jaar België). België is altijd een inspiratiebron voor jou geweest.
JVC: Ik heb er een hommage gebracht aan Harald Szeemann. Helaas is hij tijdens de opbouw gestorven.


HVC: Nog enkele werken dat je maakte:

'Homage to miss Belgium' ('75)

'Hofjes van Eden' ('81)

'Air mail' ('80)

JVC: Dat is letterlijk 'kunst per post'. Maar voor mij was dat niet alleen voor de postzegels of het schoon geschrift. Voor mij was dat contact opnemen met het Oostblok om die mensen uit hun isolement te halen. Zo heb ik heel goeie contacten gelegd, ondermeer met Leszek Przyjemski.

'S.M.A.C.' (2000)

HVC: Toen was Jan Hoet nog directeur van het S.M.A.K. Vond hij het een leuk werk?
JVC: Dat weet ik niet. Hilde, weet je wat S.M.A.K. wil zeggen?
Ik heb het verbouwd als 'S.M.A.C’. en ik heb er een andere betekenis aan gegeven. Verdorie, ik ben vergeten voor wat het stond, we gaan eens in mijn boek moeten kijken. Wat er daar trouwens allemaal instaat, weet ik ook niet meer, het wordt tijd om een tweede boek te maken. (Spectacular Media Art Concortion, red)

HVC: Heb je littekens overgehouden aan je leven in de kunst? Of heb je een schoon leven gehad door de kunst?
JVG: We moeten een beetje optimist zijn hé! Er is te veel pessimisme in het leven. Schoonheid is natuurlijk lange tijd verdrukt geweest, maar dat is toch één van de eigenschappen van kunst.

HVC: Heb je nooit de behoefte gehad om te schilderen of te boetseren of te klodderen met materialen?
JVG: Neen. Ik ben geen handige 'maak-iemand'. Ik ben meer een 'denk-iemand'. De rest laat ik dan uitvoeren door iemand anders. Een architect bouwt ook niet.

HVC: Het feit dat je nog een leven naast de architectuur wilde, was toch omdat je behoefte had aan nog een andere uitweg?
JVG: Het onderwijs is in feite ook 'iets meedelen'. Je werkt met jonge mensen, wat ook een uitlaatklep en reflectie is.

HVC: Heeft ‘kunst’ er van jongsaf ingezeten?
JVG: Ik heb er altijd belangstelling voor gehad. Ik heb een tante die wel een bepaalde invloed heeft gehad. Van Gogh kende ik alleen van slechte reproducties en van op koekendozen. Toen ik voor de eerste keer naar het Kröller-Müller museum in Otterlo in Nederland ging en voor de eerste keer een echte ‘Van Gogh’ zag, was het alsof ik een slag van de molen had gekregen.
Met vrienden bezocht ik ook de galeries in Gent. Zo had je Camille D’ Havé, heb je daar nog van gehoord? (Nee dus, red) Dat was een Gentse kunstenaar die in het Patershol woonde. Dat was daar toen echt nog terra incognita. Daar woonde alleen het uitschot. Je had er twee cafés, onderandere ‘Miele’ en ‘De Zeven Brugskes’

HVC: En op een dag nodigde iemand je uit om je werk te exposeren...
JVC: Ik kreeg een expo van Robert Clicque. Hij gaf aan jonge kunstenaars regelmatig de gelegenheid om te exposeren bij hem thuis in de Belgradostraat te Gent. Een beetje een louche straat, het red light district van Gent. Ik heb er een werk gemaakt met omslagen van brieven die ik teruggevraagd had van mensen en die opgehangen in zijn erker met een blacklight verlichting. Erna heb ik van Flor Bex in het ICC een grote tentoonstelling gekregen en zo is de bal aan het rollen gegaan.

HVC: Charlie Chaplin zegt dat elk kunstwerk een liefdesbrief is, ben je daarmee akkoord?
JDW: Voor mij zijn het geen liefdesbrieven. Het is vooral een reactie 'op', een reflectie 'op'. Als het reactie op liefde is, dan zal het voor mij ook wel een liefdesbrief zijn.

HVC: Is er een groot verschil tussen de Johan Van Geluwe-van-toen die vol idealen zat en de Johan die nu voor mij zit?
JDW: Neen. Die is dezelfde, natuurlijk!


HVC: Je werk doet heel surrealistisch aan.
JDW: Er zit surrealisme in, dadaïsme,... vanalles.

HVC: Zijn er voorbeelden in de kunst waar je naar opkijkt?
JDW: Ik ben nogal een romanticus. Ik hou wel van die periode van de romantiek. Arnold Böcklin, zegt je dat iets? Ik heb daar ook een hommage aan gebracht in de Sint-Lucasgalerie in Brussel.

HVC: Heb je veel stroomopwaarts moeten zwemmen om jezelf te kunnen zijn in de kunst? Je was en bent niet iemand die de tijdsgeest volgt als het op plastisch uitdrukken komt.
JDW: Ik heb me nooit opgedrongen. Het liep altijd wel.

HVC: Heb je veel voor je kunst moeten laten?
JDW: Neen. Het was altijd met een soort joie de vivre dat ik met kunst bezig was.

HVC: Dag- of nachtwerker?
JDW: Ik ben wel nen nachtmens.

HVC: Hoe zat het met kritiek?
JDW: Die was meestal positief.

HVC: Je bent gewoon een luxekunstenaar! (lacht)
JDW: Ik heb dat daar ook niet om gedaan. Ik heb redelijk om me heen geschopt, maar heb niet het gevoel dat ik klappen heb gekregen. Het is ook een kwestie van mentaliteit, werken, ageren, reageren. Anders denken - niet óm anders te denken - om de werkelijkheid misschien naar boven te laten komen.

HVC: Je hebt geen gezin, het is dus de kunst die je gelukkig heeft gemaakt.
JDW: Ik heb heel lang bij mijn moeder geleefd, ze is 96 jaar geworden. Mijn tante leefde er ook zelfs een tijdlang bij. Maar moest ik de kunst niet gehad hebben, dan zou er een serieuze leegte geweest zijn.

HVC: En nu leef je dus alleen met je kunst.
JDW: Een kunstenaar is nooit alleen. Hij is altijd bezig met wat hij aan het doen is of zal doen. Het is een soort bewustzijn. Ik heb altijd tijd tekort.

HVC: Welke woorden mogen later je grafsteen sieren?
JDW: 'Ars Longa Vita Brevis', dat vind ik nog altijd heel mooi.

HVC: Ik denk dat dat ook prof. Marcel Maeyer (1920) zijn lijfspreuk voor de eeuwigheid is.
Volg je het jonge geweld?
JDW: Ja! Ik lees veel, ik ga veel expo's bezoeken... Ken je de jonge kunstenaar Peter Van Ammel? Daar heb ik eergisteren mee geluncht, samen met de mevrouw die mijn archief beheert. Al mijn werken gaan naar het archief in Waregem. Vrienden van mij hebben een stichting opgericht. In een museum gaat dat toch de vergetelheid in. Daarnaast is Waregem een jonge stad. Ze zijn fier op wat er hier aan kunst gebeurt, zoals ze ook fier zijn op Brutus en Be-part.

HVC: Er liggen hier enkele werken her en der verspreid om opgehangen te worden voor de expo die binnen enkele dagen start. Heb jij de selectie gemaakt?
JDW: Neen, dat heeft de curator van de expo, Joris Van der Borght van BRUTHAUS gedaan.

HVC: Op dat gebied ben je helemaal niet moeilijk?
JDW: Maar neen.

HVC: Na al die jaren van ervaring en wijsheid: klopt het dat iemand die hard werkt, er wel komt?
JDW: Ja! Maar werken alleen is niet genoeg. Je moet ook inhoud hebben: geestelijk werk is even belangrijk.

HVC: Welke boodschap zou je nog willen meegeven aan de kunstwereld?
JDW: Vooral jezelf zijn. Je niet laten doen door manipulators en weet-ik-veel.

HVC: Wat ga je de volgende tien jaar nog uitsteken?
JDW: Voortdoen. Altijd maar voortdoen.
Momenteel loopt er een tentoonstelling ‘The Critical Fundamentals of Europe’ in de Europese wijk te Brussel en in het Goethe-instituut.
Binnen twee jaar heb ik een tentoonstelling  in het Karl Ernst Osthaus Museum te Hagen in Duitsland. Wat jij moet weten is dat dit museum het oudste moderne museum is, en niet het MoMA zoals velen denken. Het museum dateert van 1912 en is gebouwd door Henri Van De Velde. Je moet dat maar eens opzoeken.

HVC: Zal ik doen. Ik zie hier een gelukkig mens voor mij zitten.
Nog vele jaren en nog héél veel leuke ideeën gewenst Johan!

 Hilde Van Canneyt, copyright 2013, met dank aan croxhapox.


Johan Van Geluwe stelt tentoon (samen met Joachim Coucke en Luk Berghe, gecureerd door Joris Van der Borght) in BRUTHAUS, Molenstraat 84 te Waregem. De expo loopt van 2 maart tot 28 april 2013.
www.bruthaus.be
http://www.johanvangeluwe.be/stichting.php
Johan Van Geluwe heeft ook een monografie uit.






statcounter