Interview Koen van den Broek (2)



Het atelier van Koen van den Broek, tijdschrift ATELIER (NL) - 2014


‘Ik zal nooit zomaar spontaan wat verf op het doek aanbrengen, ik wil later geen spijt hebben als ik werken terugzie.’

De Belgische kunstenaar Koen van den Broek is bekend om zijn prachtige desolate doeken met geschilderde borders, shadows, cracks en landscapes. Hij ontvangt Atelier in zijn indrukwekkende en multifunctionele atelier in Antwerpen.


Je atelier is een voormalige autowerkplaats in Antwerpen-Merksem ...

‘Ik kocht dit pand zeven jaar geleden. Samen met architect Tijl Vanmeirhaeghe van Bureau Havana, heb ik twee jaar naar dit pand gezocht, om het vervolgens te herontwerpen.’

Je atelier bestaat uit verschillende compartimenten: een ontvangstruimte, twee bureauruimtes, een magazijn, twee ateliers, een binnen- en buitentuin...

‘Het eerste concept was dat we een kruis gingen maken met een vloerplan van eikenhouten balken. Planken van steenwegeik dan nog wel, die door het snoeiproces heel eigen grillige vormen hebben. Maar door de kruisvorm raakten we er niet uit met de negatieve ruimtes. Vandaar dat de plannen zijn omgekeerd en dat het hoofdatelier nu het bedieningskanaal is geworden. Daarrond hebben we een symmetrische structuur gemaakt van allemaal deuren die vrij hoog zijn, zo’n drie meter. Zo kom je telkens in verschillende werelden terecht.’

… én met als toetje een filmruimte annex bibliotheek.

‘Ik noem dat de “zwarte ruimte”. Cinema is heel belangrijk in mijn werk. De ruimte heeft dezelfde ribstructuur – houten panelen – als het bureau. Maar de zwarte ruimte is ook nog eens volledig bekleed met berkhout, wat een Aziatische en warme sfeer geeft in een filmzaal.’

Licht is belangrijk in een atelier. Hoe heb je dat opgelost?

‘In het hoofdatelier is het (licht)plafond opgevat als een lichtstraat. Het licht wordt er doorbroken door een structuur van houten panelen; afwisselend twee dunne panelen en één dik paneel. Als de zon erop staat, doorbreken de panelen het licht, waardoor je nooit rechtstreeks de zon binnenkrijgt en de centrale schildersmuur bijna altijd hetzelfde licht vangt.’

Hoe heb je het plafond van je tweede atelierruimte opgevat?

‘Je ziet vier groepen van vier koepels. We hebben, om het plafond zuiver te houden, de verlichting ín de koepels geplaatst. Zo komt zowel het natuurlijke als het kunstmatige licht uit de koepels.’

Ik zie blanco canvassen staan, alsook een tafel met verftubes olieverf en een tafel met plastic mengpotten en een leger penselen.

‘Het is heel belangrijk dat de doeken zelf worden geprepareerd, zodat het doek het juiste zuigende effect heeft. Ze worden op voorhand opgespannen, omdat ik van de buitenkant van het doek naar binnen werk. De mengpotten bouwen zich op en hergebruik ik in volgende werken. Mijn varkensharen, harde, platte penselen gebruik ik maar een tweetal keer. Ik gebruik nooit zachte of kattentongen penselen.’

Je werkt hier niet alleen…

‘Ik heb twee assistenten, naast mijn vrouw die studioverantwoordelijke is.’

Heb je tussen je vele reizen door een vast schildersritme?

‘Ofwel heb ik “schildersdagen”, ofwel “meetingdagen”. Als ik schilder, wil ik me volledig kunnen concentreren. Of ik op voorhand weet wat ik ga schilderen? Zeker. Ik zal nooit zomaar spontaan wat verf op het doek aanbrengen. Soms liggen mijn beelden al weken op voorhand klaar, zeker als ik naar een tentoonstelling toe werk.’

Vind je dat er beperkingen zijn aan de materialen – verf en doek – waarmee je werkt?

‘Ik weet niet of er beperkingen zijn, het materiaal is mij op een natuurlijke manier eigen geworden.’

Schilderen op zich doe je niet graag, het is zelfs een lastige karwei voor jou. Je hebt ook niks met de verf als materie, dit in tegenstelling tot andere schilders.

(knikt)

Ik vermoed dat je doeken niet in één dag gemaakt worden?

‘Ik werk in sessies. En ik weet heel goed wanneer ik mijn laatste penseelstreek heb gezet.’

Leidt het je niet af als de voltooide doeken hier naar je staan te kijken, terwijl je al nieuwe doeken aan het opzetten bent?

‘Soms laat ik ze bewust in de buurt hangen als ik naar een bepaalde expo toe werk, soms zet ik ze ergens anders, om niet in kopieergedrag te vervallen. Nu heb ik een leeg atelier. Ik vind het wel bevrijdend om vanaf nul terug op te bouwen naar een nieuwe expo.’

Vind je het een voordeel dat je atelier niet aan je woonhuis grenst?

‘Ik vind die afstand goed. Ik heb ook een atelier op een eiland in Korea, waar mijn huis en atelier wél één constellatie zijn. De architect die het huis heeft ontworpen, heeft zich laten inspireren door de zwevende rots van René Magritte, waardoor het als het ware een zwevend atelier is. Prachtig! Maar ik merk dat ik mijn werken daar niet kan loslaten, en zelfs ’s nachts in mijn bed toch nog eens mijn schilderijen wil gaan zien. Ik probeer er een paar keer per jaar te gaan werken. Azïe is heel belangrijk en inspirerend voor mij en het is ook fijn om me af en toe even terug te kunnen trekken.’

Hoe reageer je op je werk als je het tegenkomt buiten je atelier?

‘Ik vind het altijd fijn om werken terug te zien. Ik heb het gelukkig nog nooit meegemaakt dat ik denk: “Oei.” Maar ik deins er ook niet voor terug om werken te vernietigen. Er wordt serieus uitgezuiverd, ik wil later geen spijt hebben als ik werken terugzie.’



bio Koen van den Broek
Koen van den Broek (1973) deed kunstopleidingen in Antwerpen en Breda, waar hij onder meer les kreeg van Fred Bervoets. Roadtrips door de Verenigde Staten leveren de kunstenaar het nodige materiaal voor zijn werk op. Een andere inspiratiebron is Matisse, die volgens Van den Broek met behulp van krachtige kleuren een beeld kan herleiden tot zijn essentie, los van iedere boodschap of inhoud.


www.ateliermagazine.nl



statcounter