Interview met Sofie Muller (2)


Interview naar aanleiding van het tijdschrift d'ACADEMIE. 

De 5e vers-van-de-pers-editie is te verkrijgen in alle academies voor beeldende kunst in Vlaanderen. Gewoon de poort binnenwandelen, het tijdschrift bemachtigen en ja, waarom zich ondertussen niet inschrijven in een van de vele DKO-richtingen die we rijk zijn? 

(atelier)foto's: Anneke d'Hollander




Sofie, jij komt uit een antiquairsfamilie, wat ook tot uiting komt in je sculpturen. Voor jou geen uiteenspattende kleuren, je houdt het liever bij het intieme, verstilde van de kunst. Kan je iets meer vertellen over jouw beeldend werk?

‘De rode draad doorheen mijn werk is de zoektocht naar ‘la condition humaine’.
Ik probeer in mijn werk diepmenselijke vraagstukken weer te geven, de ziel ervan bloot te leggen. Ik creëer mentale, universele portretten waar mensen zich in kunnen herkennen.
De laatste vijftien jaar werk ik voornamelijk driedimensionaal. Ik heb ondertussen al heel wat geëxperimenteerd met verschillende mediums.’




Realistische kinderfiguren als Jesse, Alice, Eva, Tristan, Jonas en Brandt, staan reeds op ons netvlies gebrand. Op het eerste gezicht valt ons de onschuld op, maar wie langer kijkt, voelt een ‘tristesse’, een gewicht dat op het kind weegt. De verinnerlijking van die kwetsbare kinderlijke gedachtegang laat niemand onberoerd.

‘Mijn eerste sculpturen waren levensgrote kinderfiguren. Ik maakte ze eerst in epoxy, later in brons, gecombineerd met verbrand hout. De figuren werden voorgesteld in ongemakkelijke situaties.
De latere reeks Psychonomics toont installaties waar ik heb getracht een soort maatschappij voor te stellen: verschillende kleine portretten in polyurethaan stoten elkaar af of trekken elkaar aan door middel van magneten. Ik combineerde die laatste met metalen, medische werktuigen en glazen objecten, wat verwijst naar de constante manipulatie van buitenaf op de mens.
De positieve reacties van het publiek zijn uiteraard heel fijn. Ik focus me in mijn werk op wat mij emotioneel raakt. Lange tijd kreeg ik opmerkingen dat het te soft zou zijn, te emotioneel geladen of te vrouwelijk - wat dat ook mag betekenen -, maar dat is de laatste tijd gekeerd. We zitten in een tijdsgewricht waar mensen terug meer en meer hun eigen emotionele kracht leren kennen en bewuster worden van hun eigen psychische conditie. Ik denk dat mijn werk herkenbaarheid oproept.’








Tegenwoordig ben je erg in the picture met je albasten koppen. Elke dag passeerde je de 16e -eeuwse piëta in je gang die je de inspiratie gaf om de intieme, albasten portretten te maken. De natuurlijke grilligheid van de albast kalksteen dicteert hoe het hoofd er zal uitzien. Door de herkenbare figuratie met een abstracte toets zien ze er heel universeel uit.

‘Sinds drie jaar maak ik portretten in albast. Ik gebruik gekwetste, geërodeerde stenen om er kwetsuren van de mens van te maken. Ik combineer het albast met textiel, epoxy, mineralen en/of anderskleurige steensoorten.’

Je fragiele tekeningen zijn ook pareltjes om naar te kijken ... Niet zelden gebruik je je eigen bloed, wat ook weer wijst op de kwetsbaarheid van de mens.

‘Naast mijn sculpturen en installaties, maak ik ook tekeningen met atypische technieken zoals bloed en rook. Ook hier probeer ik zo dicht mogelijk bij de essentie van het leven te geraken.’






Kan je me iets vertellen over je studieperiode? Welke scholen en richtingen heb je doorlopen? Jij bent zowel leerling in de dagschool als de avondschool geweest, niet?


‘Inderdaad, mijn artistieke weg is begonnen in het kunstsecundair Sint-Lucas te Gent. Mijn eerste idee was om in Gent mijn kunststudies in de hogeschool verder te zetten, maar na een bezoek aan de opendeurdagen van de Antwerpse academie ben ik van gedacht veranderd en heb ik daar mijn hogere studie aangevangen. Mijn eerste meestergraad Schilderkunst heb ik in 1996 in Antwerpen behaald. Persoonlijk ben ik zeer tevreden over dat parcours, omdat het een heel degelijke klassieke opleiding was, waar de nadruk in de eerste jaren vooral lag op waarneming, portret en model. Ieder jaar werd er van ons meer ‘vrij werk’ verwacht, om uiteindelijk af te studeren met een reeks persoonlijke schilderijen. Hoe dan ook, ik vind een basispakket aan techniek en kunsthistorisch inzicht cruciaal voor een opleiding beeldende kunst.’

Volgde je na je studies de, in de kunsten bijna vanzelfsprekende D-cursus om erna te kunnen lesgeven? Want bijna niemand die pas is afgestudeerd, durft de gok te maken en voluit te springen in het kunstenaarschap.

‘Ik combineerde mijn laatste jaar schilderkunst met een eerste jaar aggregaat in Antwerpen. Mijn tweede jaar vervolgde ik in Sint-Lucas Gent, waar ik onmiddellijk kon beginnen lesgeven aan het DKO. Ik was nog maar net 21 jaar, nog piepjong eigenlijk. Mijn eerste lesopdracht was in de jeugdateliers en daarna volgden verschillende interims modeltekenen, schilderkunst en waarnemingstekenen, om uiteindelijk vastbenoemd te worden in de schildersafdeling. Ik heb in totaal ongeveer twaalf jaar lesgegeven aan de Sint-Lucasacademie in Gent. Mijn eerste jaren als leerkracht DKO combineerde ik met verschillende taken in de antiekzaak van mijn ouders. Ondertussen was ik ook nog ingeschreven in de Vrije Grafiek in de dagschool van Sint-Lucas. Daarna studeerde ik nog richting Beeldhouwen in de DKO-academie te Gent en volgde ik beeldhouwen in de dagschool van Sint-Lucas.’






Je hebt een gezonde educatieve kunsthonger blijkbaar ... bijspijkeren en bijschaven van kennis en materie

‘Inderdaad, ik heb naast schilderkunst, ook een meestergraad Grafiek en Beeldhouwen behaald doorheen die jaren. Ik moet wel toegeven dat ik een zeer onregelmatige leerling was en dat ze me niet veel hebben gezien, aangezien ik alles moest combineren met een fulltime job. De drang naar meer creatie en mijn frustratie werden zo groot dat ik het lesgeven en het werken in de antiekwereld beetje bij beetje heb verminderd om meer tijd vrij te maken voor zelfontwikkeling. Ondertussen ben ik meer dan tien jaar zelfstandig kunstenaar.’

Proficiat! En sinds enkele jaren ben je ook terug studente.

‘Ik ben inderdaad zowat de eeuwige studente. (lacht) Een drietal jaar geleden ben ik gestart met kortere cursussen steenkappen om uiteindelijke een intensievere cursus te volgen bij Bob Wellens in de academie van Sint-Niklaas. Dat heeft me bijzonder geïnspireerd en enorm vooruitgeduwd in mijn werk. Momenteel ben ik vrije student Model. Ik ben terug beginnen modeltekenen en boetseren naar levend model in het DKO, één avond in de week. Terug naar de basis, wat een verademing is en een unieke kans om te focussen op wat voor mij een essentie is binnen de kunst …’

Hoe sta je vandaag de dag tegenover DKO beeldende kunst? Komt je soms ter ore hoe het er tussen de kunstmuren van het DKO aan toe gaat?

‘Het DKO heeft een zeer waardevolle en maatschappelijke functie in onze samenleving. Ik vind het DKO zelfs even belangrijk als dagonderwijs, omdat veel mensen nooit de kans hebben gehad dagonderwijs beeldende kunst te volgen, alsook omdat een student er de kans krijgt om bepaalde metiers uit te diepen, aangezien daar in de dagschool geen tijd en ruimte voor is. Of omdat bepaalde richtingen niet bestaan in dagonderwijs. Het is natuurlijk ook geen vrijblijvende hobbyclub zonder kwaliteitsbewaking. Er worden wel degelijk verwachtingen gesteld. Voor veel jonge mensen is het DKO vaak een voorbereiding en opstap naar hoger kunstonderwijs.’

Het DKO heeft naast een opleidingsfunctie, ook een sociale functie. Dat is zeker niet te onderschatten in een overgedigitaliseerde samenleving, die evengoed een bron van eenzaamheid kan genereren. Mensen die voor beeldende kunst kiezen hebben soms net nood aan dat contact met een echte materie.

‘Uit mijn ervaring als lesgeefster weet ik heel goed dat het DKO niet alleen artistieke kennisverwerving als doel heeft, maar dat het voor velen een manier is om in contact te treden met anderen. Er leeft een heel grote eenzaamheid bij heel wat mensen vandaag. In Vlaanderen heerst een extreem individualistische levenshouding, een ieder-voor-zich-houding. Dit verschilt enorm met andere landen waar samenhorigheid en groepsgevoel veel meer aanwezig zijn. Dus ja, deeltijds onderwijs in het algemeen heeft zeker een sociale functie, en is daardoor extra belangrijk voor onze samenleving. En inderdaad, het bezig zijn met je handen, zorgt voor voeling met de materie, waardoor je meer geaard raakt. Dat zorgt voor geestelijke rust. Niet voor niets dat heel wat therapieën in de geestelijke gezondheidszorg creatieve therapieën zijn.’

Valt of staat kunstonderwijs met het enthousiasme en de kennis van haar leerkrachten en docenten? Zij zijn toch een soort mentors die de passie voor de kunst moeten aanwakkeren en brandende houden ...

‘Vroeger kon het gebeuren dat leerkrachten met een vaste benoeming na een tijd hun frisheid en goesting verloren, in gewoontes vervielen en een richting zo jarenlang statisch, onveranderd bleef. Dat is nefast voor alle partijen: voor de school, de student, maar in de eerste plaats ook voor de leerkracht zelf. Over de vaste benoemingen is al veel gediscussieerd en het blijft een complex systeem waar je niet zomaar algemene uitspraken over kan doen.
Verder vind ik het ook spijtig dat weinig kunstscholen samenwerken. Secundair, dagschool en DKO lijken aparte eilandjes die elkaar eerder tegenwerken dan ondersteunen. Maar daar komt stilaan een kentering in. Er waait een frisse wind. De leerkrachten — vaak actieve kunstenaars met een interessante eigen praktijk — zijn gemotiveerd en delen maar al te graag hun kennis, werken mee aan de vernieuwing van het lesaanbod en het actueel houden van het onderwijs. Samenwerkingen tussen verschillende scholen worden her en der op poten gezet en slaan aan. Op die manier kan er een fijne relatie ontstaan tussen dag- en kunstonderwijs. Het decreet dat er nu aankomt zal nog veranderingen brengen in de schoolstructuur zoals we die vandaag kennen.

Ikzelf was na mijn opleiding in de academie van Antwerpen zo goed als ingeschreven aan de Royal College in Londen, maar ‘de liefde’ heeft mij toen in België gehouden. Dom van mij! (lacht). Wat me daar opviel was dat dagschool en avondschool samensmolten. In de avondcursus waren minstens de helft van de studenten afkomstig uit de dagschool. Dat gaf natuurlijk een interessante dynamiek.’

Nog wat tips and tricks betreffende het DKO of kunstonderwijs in het algemeen.

‘Kunstonderwijs is van cruciaal belang in onze samenleving. Niet iedereen past in het gewone klassieke onderwijs. Ik pleit daarom zelfs voor twee extra jaren kunstsecundair, zodat kinderen al van hun 12 jaar de stap naar dit soort onderwijs kunnen zetten. Ik heb zelf een heel creatieve dochter die niet helemaal past in een klassieke, secundaire school … mocht er nu maar een lager Sint-Lucas-instituut zijn dan zat zij onmiddellijk op haar plaats.’

En nog een tip voor het kunstonderwijs?

‘Ik hoor bij collega-leerkrachten vandaag heel wat geklaag. Er wordt meer en meer papierwerk en administratie vereist in het kunstonderwijs, wat natuurlijk extra tijd opslorpt. Laat een praktijkleraar in het kunstonderwijs niet verdrinken in paperassen. Het belangrijkste is de inzet  in zijn of haar atelier, waar hij of zij zich volledig kan focussen op de begeleiding van de studenten.’

Groot gelijk! Weg met de bureaucratie!

‘Ik moet toegeven dat de combinatie leerkracht in het kunstonderwijs en kunstenaarschap soms heel tricky en moeilijk is. Het is echt een evenwichtsoefening. Dat was het toch voor mij.’

Ideaal om als kunstenaar toch actief te kunnen blijven is een parttime uurrooster in het DKO, lijkt me. En door het lesgeven moet men sowieso alert blijven en de eigen praktijk blijven in vraag stellen. Ook de soms (nog) naïeve kijk van de leerlingen kan voor een meerwaarde zorgen om de eigen (kunst)kennis te versterken.

‘Zeker weten! Ik heb heel graag lesgegeven en heb er heel fijne collega’s en studenten leren kennen. Ik kijk terug op een zeer waardevolle periode, maar ben wel dankbaar dat ik mij momenteel volledig op mijn eigen carrière kan focussen. Maar, wie weet dat ik over enkele jaren er anders over denk en met plezier terugkeer als leerkracht naar het kunstonderwijs.’

Ze zullen je daar met armen als een octopus ontvangen Sofie!




Hilde Van Canneyt





statcounter