Interview met Alle Jong


 vorig interview: Colin Waeghe, volgend interview: Roel Heremans

INTERVIEW MET KUNSTENAAR ALLE JONG (NL °1988), Assen, winter 2020




Hilde Van Canneyt (HVC): Beste Allé, stond het in de sterren geschreven dat wij hier samen in een museum een lezing zouden geven in KINK, het hedendaags luik van het prachtige Drents museum in Assen (NL)? 

Allé Jong (AJ): Toeval is iets dat wij mensen, met in gedachte hoe klein wij zijn in dit universum, altijd verkeerd zullen begrijpen. Ik heb soms het idee dat er een onzichtbaar buitenlichamelijk orgaan bestaat dat over vele eeuwen heen dingen, objecten, gedachten - zwevend in het universum, alsook verhaallijnen, creaties, enz., coherent naar elkaar kan laten toegroeien. Geen toeval, maar iets krijgen ‘toegevallen’? Alles is altijd op zoek.
Iemand met een zeer hoog IQ, vroeg men eens wat zijn antwoord was op het leven. Hij antwoordde: “Dat waarschijnlijk alles kan groeien naar welke vorm dan ook, als er maar lang genoeg aandacht en energie naartoe gaat.” Als ik jou vraag aan een groene driehoek te ‘’denken’’, dan is die driehoek ergens ontstaan in jouw nietsvol aandenken. Ergens heb je de kracht genomen iets tot stand te brengen.

HVC: Hoe ben je op de kunstschool van Groningen beland?

AJ: Dat was heel toevallig. Het is deels aan mijn vader te danken. Mijn ouders waren gescheiden. Ik tekende al mijn hele leven: als klein kind zelfs foetussen. En ik bleek volgens ooggetuigen veel gelaagde details te zien in de wereld om mij heen, zoals een stroomkabel naar een telefoon, en niet alleen de telefoon. Mijn vader belde mij wakker op een vroege ochtend, ‘’Hé, wil jij nog naar die toelating van de kunstacademie?” Ik had dit moment gemist en was mijn toekomst voorbij geslapen. Het is dankzij mijn fantasie-landschapstekeningen en mijn latere docent Nico Gerbenson, dat zij mij zonder geldige papieren hebben toegelaten tot de academie puur op hun vertrouwen in mijn talent.

HVC: En dan ben je op een dag afgestudeerd, ik vermoed met een pak artistieke wijsheden op zak. 

AJ: Wijsheden… Wijsheid is het leren concentreren op niets. En dat element is in de kunst en uit onze samenleving weg. Deze gedachte komt bij deze vraag ineens in mij op, maar waarom? Tijd, een idee, een groei ergens naartoe? Escher keek gewoon heel goed naar de dierenwereld, en zag daardoor enkel eenvoud, waar wij alleen zijn complexiteit zien. Hierdoor kon hij meer detail optekenen. Nu doet men alsof het onmogelijk is wat hij heeft voortgebracht, net als Leonardo da Vinci, wat niets anders is dan ‘kijken’: de concentratie vinden elke stap in een proces te beheersen en bewust te doen verder groeien. Dat is misschien de enige artistieke wijsheid: kijken, niets doen, niet oordelen, en gewoon eens beginnen. En dan loskomen van en voltooien in het falen.

HVC: Leek het na je afstuderen terug naar af te zijn? Zonder je mentors je op een atelier opsluiten is niet altijd eenvoudig. 

AJ: Ja, terug naar af, maar wel met nieuwe fases. Het leven vervormt in fases tot aan de dood. Los van welke studie dan ook, studeer je in de fases van het leven. Je hebt dat, jong zijnde, nog iets minder door, je staat nog maar midden op die weg omhoog. De academie is beduusd zijn en voor de gek gehouden worden door jezelf en je omgeving. En hopelijk word je iets wakkerder, leer je beter kijken en observeren. De structuur van die ‘Universum-academie’ van de natuur waaruit wij allemaal zijn voortgekomen, die leerschool is de grootste. Elke vier jaar lijkt een cyclus waarin er afscheid wordt genomen van iets dat ooit was, waarin het ‘heden’ eeuwig voelde, om daarna toch weer afscheid te moeten nemen van zo’n eeuwig lijkend heden. Dat einde is angstaanjagend subliem. Die melancholie, wetende dat de periode die je nu leeft, volmaakt is in het moment. In deze opvatting is het atelier een bubbel die ons door de tijd doet vastzetten in kunst alvorens zij het laat door-stromen.

HVC: In 2012 en 1015 kreeg je een startstipendium van het Mondriaanfonds …. Onmisbaar als Nederlandse kunstenaar? 

AJ: Ergens was het rijkelijk mooi dit te ontvangen en met geld te mogen spelen.

HVC: 2012: Er zijn galeries die in je geloven… 

AJ: Dat was een eerste ervaring kort na mijn academietijd. Ik leerde wat het is om samen met een galeriehouder te werken aan een tentoonstelling.
Maar het legde ook bepaalde opvattingen bloot over de kunstcultuur, Ik merkte snel dat er eisen gesteld werden hoe Ik mij wel of niet zou mogen bewegen met mijn kunst, ook naar samenwerken met andere spelers toe of wanneer het geaccepteerd zou zijn internationale stappen te zetten. Terwijl er geen gegarandeerd jaarinkomen werd bewerkstelligd werden er wel mondjesmaat beperkingen opgelegd. Als jonge kunstenaar is dit een risico dat je niet weet waar je eigen grenzen liggen, of wanneer je voor je eigen keuzes mag opkomen. Iedereen heeft een eigen idee over kunst en hoe een kunstenaar zich zou moeten organiseren in samenwerkingsverband. Het is niet dat een galeriehouder verkeerde bedoelingen heeft, maar er is wel een conservatieve cultuur over hoe te opereren tussen kunstenaar en galerie, en daar mag best meer over gesproken worden, want deze zijn soms verstikkend en zetten je eigen praktijk klem. Dit heeft mij uiteindelijk doen besluiten samenwerkingen met galeries grotendeels te verbreken en zelf secundaire kunst te gaan verhandelen, denk aan grafiek van Pieter Breughel, Jeronimus Bosch tot Escher en Rembrandt, wat een leerzame en lucratieve zet bleek. Dit is ook aan de jonge kunstenaars die dit lezen: denk goed na wat voor soort samenwerking goed voelt voor jou.

HVC: Een paar jaar ervoor, in 2009, overkwam je helaas het noodlot: je verloor na een kort ziekbed, je mama aan kanker…

AJ: Ja dat was een afscheid. Zij noemde het een “unieke reis die enkel voor haar bestemd was”. Het gevoel als je een telefoontje krijgt, en te horen krijgt dat je Mem (Fries voor Mamma, red) nog kort te leven heeft, is heel raar. Je gedachten verdampen en je schokt als het ware tegelijkertijd omhoog en omlaag, alsof je in een soort tijdelijk trauma wegzakt. Ik was net op mijzelf gaan wonen, de afscheidsdoos van mijn jeugd heb ik hier nog steeds staan, met oude foto’s en het plakboek uit mijn kleutertijd, badges van de supermarkt waar ik jaren werkte, tot aan cassettebandjes met geluidsopnamen uit mijn jeugd. Alsof ik het heb aangevoeld. 

De dag dat mijn Mem overleed, werd ik wakker uit een nachtmerrie, een klein meisje die de achterdeur van ons huis uitwandelde, ging de tuin in. Ze draaide zich om en leek mij aan te vallen. Haar dood, mijn op zichzelf wonen, alles was ineens weg. Daar ben je dan, alleen, geen zorg meer over je, en nu over de jaren valt iedereen om. Langzaam ben je voor niemand meer bijzonder; zou je zelfs zwerver kunnen worden, zonder dat iemand zich om dat jongetje, dat je ooit was, bekommert. Het leven is afscheid nemen, en blijven verbinden met nieuwe mensen, om te groeien, en te voorkomen dat je afglijdt.  af te glijden.

HVC: Wanneer kwam je op het idee om een kinderportret van je mama te maken?

AJ: Geen idee. Dat gebeurde gewoon. Die tekening heeft nog tien jaar bij mijn oma in huis gehangen, alvorens zij helaas recent overleed. Zij heeft als het ware het verlies van mijn moeder op zich genomen. Ik ging regelmatig logeren bij mijn oma, zij gaf me een onvoorwaardelijke thuis. Opvallend is dat dit soms spanningen bracht bij andere familieleden, opdat zij niet die ruimte dachten te krijgen.

HVC: De moederfiguur is sindsdien een hoofdthema gebleven. 

AJ: Dat blijft altijd. Het is een van de kernen in ieder van ons menselijk bestaan.

HVC: In 2013 maak je een reeks portretten van kinderen uit Nederland, die tijdens de 2e wereldoorlog in de gruwel zijn omgekomen. Hoe kwam je op dat idee?

AJ: Via een boek van Guus Luijters waar 18.000 namen van kindslachtoffers in beschreven staan, waar mogelijk met een foto.

HVC: Het portret Rosette kwam wel letterlijk héél dichtbij… 

AJ: Klopt, uit een addendum van Guus Luijters, koos ik willekeurig een foto van een vermoord slachtoffer. Ik schiep een metersgroot schilderij. Na weken vond ik op een stormachtige avond meer informatie over dit meisje. Ze bleek vlak voor de kunstacademie gewoond te hebben, waar ik net was afgestudeerd. Op een dag stelde de directeur van de synagoge van Groningen voor om contact op te nemen mevrouw Tromp, de enige overlevende van de Joodse Gemeenschap, die het leven van voor de oorlog kon navertellen. Van de duizenden tellende gemeenschap, kwamen er maar circa 128 levend terug. Zij, mevr. Tromp, had in datzelfde huis gewoond en had het in haar bezit. We hebben toen beslist daaromtrent een kunstproject te organiseren. 

HVC: Je zag het ook een beetje als die kinderen ‘adopteren’. 

AJ: Klopt. Ik heb zeer schaars besloten deze portretten nooit te verkopen, maar de unieke extra tijd die je besteedt aan het tekenen van zo’n portret, is meer tijd dan dat iemand in een museum voor een foto staat te herdenken. Het kunnen geven van zo’n portret aan iemand, daarbij zat wel de voorwaarde dat het ook een soort adoptie is van zo’n kind. Het idee was dat je iemand in huis nam.

HVC: Er zit een boodschap achter. 

AJ: Ik werk altijd vanuit intuïtie, nooit vanuit een van tevoren bedachte boodschap. Wel hoop ik te leren, en ergens bewuster te worden van hoe iets van kracht te kunnen doen landen bij mensen, dat betekenis in zich draagt om verder te kunnen groeien als mens.

HVC: Het is ook een ‘niet’ vergeten van de kunstgeschiedenis… 

AJ: Dat is inderdaad een belangrijk element, het levend maken en daarmee eigenlijk ook doorleven van verhalen en dingen om ons heen. Heel veel dingen zien wij niet, en daardoor gaan er kennis en krachtbronnen - waaruit al zoveel goeds stroomt - verloren. Dat betekent dat wij opnieuw die krachten moeten zien te bundelen en te bouwen.

HVC: Het bleef niet bij het schilderen van die kinderen van de gruweloorlog alleen… Zo schilderde je ook werk dat breder ging; denk aan het werk waarop je het raamkozijn van Hitler afbeeldde. 

AJ: Ik heb in een hele specifieke periode deze kunstwerken op de oorlog gemaakt, laat dat helder zijn. Dit kunstwerk gaat over het privé-uitzicht van waaruit Hitler dacht. Ik vroeg mij af hoe het zou zijn, hoe de vormen van de bergtoppen invloed zouden hebben op een mens zijn gedachten. Zouden ze deze op en neer doen gaan?

HVC: De fond, de basis van je werk zijn historische documenten, van schilderijen over manuscripten, waar je nieuw werk uit destilleert. Die tastbaarheden uit het verleden heb je blijkbaar écht nodig, er gewoon over lezen, zou niet helpen? 

AJ: Ik lees zeker ook. Lezen is een specifieke manier om werelden tot je te nemen. Stel: je sloopt geheel Amsterdam, omdat je het ook uit een boek zou kunnen lezen, dat zou toch een armoedige wereld zijn voor die mens die het gevormd had naar zijn denken?

HVC: Wat maakt je werk dan hedendaags – inhoudelijk als beeldend?
Al durf je ook al eens een 3-D animaties in een expo te verwerken.

AJ: Ik heb een virtual reality film gebouwd, waarbij ik mijzelf had gescand in de computer via infrarood videobeelden. Via de Oculus Rift (VR headset) betrachtte ik mijn levensverhaal te vermengen met videogame sferen, en ook de wereld te bezien vanuit deze dagelijkse cyber realiteit. Ik ben opgegroeid met videogames, ze hebben mij veel laten zien en ervaren. Ik bouw op dit moment aan een interactieve novel vol personages en werelden, waarin je avonturen beleeft. Zo kan je geheel in 3D door Rembrandt zijn tekeningen lopen en hem ook ergens ontmoeten.

HVC: Je probeert zelfs oude ‘documenten’ als het ware te ‘restaureren’. Je ziet het als herinneringen die – eens ze worden ‘gekuisd’, bijna uit het niets uit ons geheugen opfloepen.

AJ: Zoals eerder gezegd, zien wij heel veel niet. Ik voeg eigenlijk ontziende stukjes toe aan die puzzel. Denk maar eens aan jezelf, hoe je soms goede vrienden weken kan vergeten, omdat je bezig bent met andere dingen in je leven. En ineens is daar dat moment van terugzien, van herinneren naar de bron van het heden waarin je herenigd bent, weer bewust samen met je beste vrienden ontmoetingen beleeft in een nieuwe fase van je leven. 
Wij vergeten continu, en daarmee sterven wij ook continu af in het heden van die mensen die wij liefhebben. We zeggen altijd als iemand overlijdt dat we diegene nooit zullen vergeten. Het is een leugen. Wij vergeten elke dag zo ontzettend veel dat ons dierbaar is, en dat is misschien maar goed ook.

HVC: Je verbeeldt graag het contrast leven versus dood. Zelf noem je het de 'tweezaamheid': geen leven zonder dood en omgekeerd. 

AJ: Etty Hillesum schreef: “Het klinkt bijna paradoxaal: door de dood buiten z’n leven te sluiten, leeft men niet een volledig leven en door de dood binnen zijn leven op te nemen, verruimt en verrijkt men zijn leven.” Oftewel: het leven hoort bij de dood. En tweezaamheid is een mooie benaming deze twee samen te laten zijn. Het is eenzaam én samen zijn.

HVC: Dat probeer je dan af te beelden door – kan ik het zien als schaduwen? – licht en donker. 

AJ: Het zijn lichtbogen, steenachtig licht. Soms denk ik weleens ontsprongen te zijn uit mijn oerbeelden van voor mijn geboorte. Maar steeds als ik ze weer zie, los van elk ander kunstwerk dat ik ooit gemaakt heb, zijn dit allicht mijn meest sublieme antwoorden op het leven. De duisternis waarin iets van licht dwarrelt, groeit en verdwijnt misschien? Zij is energie, een bron vol hoop en rust. Ook de nacht is ergens diezelfde wereld als bij daglicht, en toch zien wij deze als een andere. Die twee werelden zijn ook ergens vreemd voor ons mensen, we hangen er betekenissen aan vast die ons het leven doen misgrijpen. 
We zijn gespleten tussen die enorme gedaantewisseling die elke dag optreedt wanneer de zon ondergaat. We vinden het normaal dat we s’nachts even doodgaan, ons opofferen even niet te hoeven leven, maar te dromen. Toch denken we dagelijks nuchter te zijn, te begrijpen dat we ‘normaal’ zijn. De schaduwen van het leven zijn dat wij niets weten.

HVC: Het is niet alleen het tastbare verleden dat je afbeeldt, het is ook een ‘tijdsgevoel’ waar je naar op zoek bent. 

AJ: Ik ben erachter gekomen dat tijd niet bestaat zoals wij dat bevoelen vanuit de marktwerking of de dagelijkse beslommeringen. Maar we begrijpen allemaal de angstige gevoelens naar vroeger, dat die werelden zijn weggespoeld met de tijd. Nooit meer is dat heden van vijftien jaar daarvoor: het is dood, of niet maar gevangen in een andere tijdbubbel die wij niet zien kunnen? De mensen zijn veranderd en werelden overgenomen door nieuwe generaties, plekken zijn niet meer wat ze ooit waren, zeker als Je tijd in contrast zet naar je kindertijd, die twee scheiden heel sterk af naar mekaar. 
Alle tijdsgevoel is verdwenen, We kennen het allemaal. En toch zijn ze vervangen door een andere frisse vernieuwde editie die net zo subliem is.

HVC: Je onderzoekt ook historische feiten die tot op heden invloed hebben op ons, onze maatschappij. 

Ai: Ik denk dat dit erbij insluipt. Zo heb ik een schilderij gekocht in Amerika. Eenmaal binnen vond ik er twee kaartjes bij waarop de namen geschreven stonden van wie er op dat schilderij stonden. Ik besefte hoe breekbaar dat briefje was: met het verdwijnen van dat briefje, zouden deze personen voorgoed vergeten zijn. Een anoniem portret, geen naam. Kun jij je voorstellen dat jouw naam vergeten raakt, omdat je foto’s over honderd jaar op een rommelmarkt terechtkomen, en er geen annotaties op die foto’s staan? Dat is de realiteit van het levende heden, en het verloren zijn.

HVC: Kunnen we stellen dat je aan maatschappijkritiek doet?

Ai: Ik weet niet wat een maatschappij exact kan zijn. Wel dat we leven met miljoenen mensen in een zeer complex universum, het is ontzettend moeilijk grip te krijgen op hoe alles werkt, en welke krachten dingen doen veranderen. Wel geloof ik dat ieder mens in staat is die kracht in zichzelf te blijven hervinden en te groeien naar dat goede; alsook te leren iets te bouwen in zichzelf dat langzaam enkel die golfjes aan positieve energie kan doen delen met de wereld om zich heen. Je moet de wereld opgeven, ofwel in jezelf duiken en daar het goede planten en het niet van een ander verwachten. 

HVC: Wat kan je vertellen over Kunstenaar zoekt muze, de ‘visuele ode aan de toevallige ontmoeting’ en een film over verlangen en kwetsbaarheid. Het is iemand anders die deze filmt, als ik het goed heb.

AJ: Ik had een mooie vrouw gezien in het Utrechts Museum. Ik dacht: “Ik kan zoals altijd vergeten, maar ook kijken naar wat er gebeurt als ik haar zo’n kort momentje eervol ga bestuderen en uitdragen als een volmaakt moment.” Elk levensmoment is volmaakt en van het allerhoogst haalbare. Je kan niet meer volop zijn dan welk ogenblik jou ook schenkt.
Ik besloot de verwondering en waardering van een moment in een sprookje te gieten: ik liep een juwelierszaak binnen en vroeg wat het mooiste stuk was. Er werd mij een camee aangereikt uit de collectie van twee oude blinde dames. De juwelier vroeg mij voor wie het was. Ik antwoorde: “Voor iemand die ik ben kwijtgeraakt en niet ken.” De prijs die ik betaald heb was zeer veel geld, maar dat sieraad is nu een monument wat ik cadeau zou doen, maar nooit kàn doen, omdat ik haar nooit meer terug vind.

HVC: Inhoudelijk gaat het ook over ons openstellen naar anderen toe – wat in dit virtueel tijdperk weleens wordt overgeslagen. 

AJ: Het is een openstellen naar de wereld, te verbinden met alles. De vrouw is een universeel thema, maar ook symbool voor de wereld zelf. Stel je open te concentreren op schoonheid, en dat gaat om het alles om je heen. Leer te zien en momenten te waarderen voor wat ze zijn. Kies een moment en maak het groots en meeslepend. Ervaar het en rek het tot iets heel intens. Zorg dat je volledig leeft en daarin dus minder dood bent! 






HVC: Hier in het Drents museum van Assen – in exporuimte KINK – kom je naar buiten met een heuse expo onder de noemer Mijne Kinderlijke Traanen.

AJ: Ja, een uitgelezen kans te ‘spelen’. Ik heb de volledige vrijheid gekregen mijn verhaal te vormen, overal te spelen van hoek tot hoek, alle bovenstaande elementen te verbinden tot een museumexpositie. Een museum als instituut is een soort stiltekamer: wit, schoon, helder, een tijdzone waarin je gedachten even kunnen concentreren en tijd krijgen af te lezen uit wat zich aan je openbaart. Het is als iemand met dyslexie die extra ondersteuning krijgt, als een doodzieke op intensive care
Zo is een museum een medicijn dat helpt om je extra goed te kunnen concentreren en confronteren met wat je zintuigen kunnen waarnemen. Ik ben dankbaar dat ik het museummedicijn mocht inzetten om mensen te verbinden aan ‘mijn wereld’.

HVC: De titel verwijst naar een roman die Maria Post in 1792 schreef.
In die 18e eeuw – de romantiek – werd als het ware het romantische boven het rationele gezien.

AJ: De 18de eeuw was de eigenlijk verlichtingseeuw waarin romantiek, wetenschap, kunst natuur en vorm tot een hoogtepunt kwamen waarin deze allemaal samenvloeiden in het culturele leven. Nu is het de marktwerking, een logo, daar wordt geld voor betaald, iemand voelt zich belangrijk te geloven in een logo. De mens was meer het schoonheidsdier dat hij is. Ondanks de strenge eisen was er wel een vorm waarin bepaalde schoonheidsidealen die ons verbonden met de vele elementen van onze wereld. Nu, als je een studentenkamer van een student betreedt, hangt er een Kuifje-poster en staat er een laptop binnen een leeg wit interieur. En in de hoofden van deze studenten zit geen kennis meer, geen besef van historie, van hoe voor te bereiden op de dood, hoe betekenis te vinden. 
De realiteit van vandaag is het leren te leven in kraakhelder nuchter zijn, het ontkennen van het romantische. Het zogenaamd spirituele is in onze samenleving niets meer dan een product met vele eisen, die geleerd zouden moeten worden via lespakketten, want, iets moet een product kunnen zijn om geld aan te verdienen. Een oude truc, maar meer dan ooit zijn wij nu in staat bewuster te groeien naar die romantiek en de keuze te hebben vorm te vinden waarin geestelijk die kamer te bouwen in te leren leven naar betekenis toe.

HVC: Onderdeel van de expo is De Muze: een authentieke jurk (uit de Duitse stad Baden-Baden) uit 1780, van zijde en linnen.
Op de opening liep een dame met die jurk rond: Als het ware om die tijd weer tot leven te laten komen.

AJ: Precies, het idee dat er in 1780 echt iemand in gelopen heeft, en nu in 2020 weer. Waarschijnlijk was Tina de enige dame die die dag wereldwijd kon zeggen in zo’n oud luxueus kledingstuk te hebben rondgelopen, waar geen merknaam tegenop kan. 






HVC: Je toont hier kunstwerken van ‘vergeten’ meesters. Hoe maakte je die keuze? 

AJ: Ik loop soms tegen kunstenaars aan, die - om wat voor reden dan ook - niet die bekendheid meer genieten, of voor de markt te weinig hebben geproduceerd om boeiend te zijn voor de verslavingsdrang verzameld te willen worden. Ik merk dat veel kunstenaars heel belangrijk zijn geweest voor soms wereldberoemde kunstenaars en unieke rollen hebben gespeeld zelfs, en toch, minder erkend worden. Het is het ego van de museuminstituten bekende namen te blijven vooruitschuiven, te blijven promoten en optuigen hoe belangrijk iemand wel niet is geweest. 
Terwijl dat belangrijk eigenlijk een “eigen-belang-rijk-zijn” is. Het vergroot de schatkist, het zorgt voor aanzien, en is niets meer dan Pokemonkaarten verzamelen. Ik voel het daadwerkelijke historische belang en vind het schokkend deze kunstwerken - die echt serieus breekbare kunstwerken zijn en net zo goed zijn als meest erkende meesters - of miskend, vergeten, goedkoop - en daardoor mishandeld.

HVC: Daarnaast maakte je meterslange tekeningen vol historische en persoonlijke verbeeldingen op het leven. Wat moeten wij ons daar bij voorstellen? En doe je dat om ons een spiegel voor te houden?

AJ: Ik heb een werk dat Borders heet en vele authentieke gravures toont uit de 17de eeuw met scheepsvloten en gevechten van over de gehele wereld. In het midden, tussen enkele gordijnen door, heb ik meerdere tekeningen gemaakt met recente bootvluchtelingen die verdronken zijn. Ik vraag mij dan af: “Hoe kan het dat wij nu geen vluchtelingenstromen aankunnen en hen ook buiten willen houden, maar het prima vinden honderden jaren de wereldzeeën te hebben bevaren en alles bijeen gejat te hebben dat wij konden? Wat een zwakte en leeghoofdige situatie, we hebben niets geleerd!







HVC: Je maakt ook ‘Gedachtenkamers’: monumentale zwart/wit beelden die grotendeels uit zwarte vlakken bestaan. Er is een link met donkere holen, zelfs zwarte gaten. (Dat gaat wel héél diep, Alle) Met dan telkens, in het licht, een persoon of voorwerp aan de rand. 

AJ: Ja, die rand, die spanning van een groots licht tegen dat duister aan. Zoals eerder gezegd: het duister is samen met dat licht. En wie weet zit er meer licht in de duisternis dan het licht zelf. Omdat het duister meer ruimte inneemt? Ons denken is soms ook in duistere hoeken: als je dagdroomt, ben je soms ook ver van bewust leven, maar vibrerend tussen ‘niet zijn’, donker: schimmen aan zintuiglijke flarden uit je omgeving. En toch zijn deze beelden niet treurig. Ze geven rust en balans tussen die twee.

HVC: Dit komt soms tot uiting waar een prent uit vroegere tijden, terug opdoemt in een nieuwe tekening. Zo voorkom je dat het verleden wordt vergeten.

AJ: Ergens komt het verleden naar het heden, het is niet weg. Het is ook zo dat zodra een generatie uitsterft, niemand zich nog schuldig moet voelen. Elke generatie moet opnieuw leren de fouten te ondergaan van de vorige. Daarom is het ook zo schokkend angstig om te zien hoe jongeren vol zelfvertrouwen denken de wereld te kennen. Ook ouderen die uit onderbuikgevoelens op dat verleden teren, eisen dat de toekomst zo moet blijven. Alles is altijd aan verandering onderhevig. En zo’n oude prent geeft sturing dat we wel ergens ook voort kunnen bouwen op het werk dat al voor ons is gedaan, en dat we dat niet hoeven kwijt te raken. Een belangrijk ding is dat ooit een curator van het S.M.A.K. tegen mij zei dat mijn kunst niet “actueel” genoeg was, niet genoeg uit deze tijd geboren was. Ik was perplex: we zijn juist zeer ontworteld. 

Je moet aarden en van daaruit zelf leren groeien, maar niet half aarden in een zogenaamd ‘nu’, waaruit niets te halen is. De hele wereld en alles daarin is belangrijk, niet zogenaamd de kunst van het ‘nu’, wat een fabel is.

HVC: Naast het naarstig tekenen, maak je ook videogames.
Daarvoor gebruik je bestaande beelden, “om een nieuwe werkelijkheid mee te scheppen”, las ik. 

AJ: Videogame techniek zijn digitale schildertools waarin zoveel mogelijk is. Ik heb mijn werelden tot leven kunnen wekken, waardoor - o.a. in VR - de afstanden in mijn landschappen, de opdoemende duistere holen en lichten, daadwerkelijk een nieuwe dimensie boden deze te ervaren, los van enkel een houtskooltekening, hoe verfijnd die ervaring ook is. Dit biedt wel degelijk de mogelijkheid iets van jezelf op een unieke manier te delen met de wereld. Je kan games ook delen via download, zodat iemand het thuis kan ervaren. Het is ook een zeer democratisch medium.

HVC: Zo maakte je een videogame met de vraagstelling wat de vernieling van cultureel erfgoed betekent. Het gaat je ook om vraagtekens te plaatsen bij die toekomst van videogames.

AJ: Ik heb enkele dagen voordat islamitische staat Palmyra ging vernietigen, zelf een kopie van Palmyra in mekaar gezet waar je het zelf als videogame kon kapot maken. Ik had Palmyra geestelijk al tig-maal vernietigd. Dat gevoel, de leegte, de betekenis: wat schuilt daarin?

HVC: Een expo naar aanleiding van videogames en kunst die verweven worden, was The Fugue of Play (2016). Dat zag je als het ware als het uitlokken over de discussie van kunst versus videogames.
AJ: Binnen de kunstacademie loopt men ver achter op wat videogames zijn. Ik ben ermee opgegroeid, docenten niet, voor hen is het een onbegrepen taboe ‘’Kinderen zitten te veel achter hun scherm en moeten buiten spelen’’. De ironie is raak, dat musea wel iets met games willen doen, maar niet deze cultuur begrijpen. Zij is zeker ook kunst, net zoals Jan Van Eyck raamkozijnen heeft beschilderd die nu vergaan zijn. Een meisje kwam naar mij toe en bedankte mij voor de expositie, dat eindelijk zij een thuis vond binnen de academie waar docenten haar niet serieus namen door te willen werken met videogame technieken.

HVC: Je hebt ook een charity project uit de grond gestampt, waar heel wat kunstenaars aan deelnamen…

AJ: Dat is nog niet geslaagd…. Je probeert dingen en faalt, haalt onvoldoende energie bijeen om iets draaiende te houden. Maar je probeert opnieuw datgene te geven wat je kan. Dit is een project dat ik nu niet dragen kan binnen mijn huidige projecten.

HVC: In PROSPECTS & CONCEPTS – het luik van Art Rotterdam – toonde je ons een installatie die zelfs aan de slaven van vroeger refereert: ik laat het jou graag vertellen.

AJ: Ik had een authentieke slavenwisselbrief geplaatst binnen een enorme houtskooltekening, die als cartouche voldeed voor dit document. Erop stonden de handtekeningen van de plantage-eigenaar, inclusief het geldbedrag van de vrijgekochte slaven. Echter, de slaven moesten nog tien jaar doorwerken om de plantage-eigenaar tegemoet te komen! Kun je je voorstellen hoe de realiteit van wat haalbaar leek bij het afschaffen van de slavernij, dat wij onszelf klem houden in wat we wel/niet kunnen? Hetzelfde met nu de bijstand slavernij, zogenaamd is er niet genoeg geld voor een basisinkomen, of geen realiteit mogelijk waarin wij begrijpen vertrouwen te hebben in mensen. Ooit wordt hierop teruggekeken met diezelfde blik, waarom lieten wij mensen tot werkslaven maken vanuit bijstandsregelingen? Waarom was er geen vrijheid? Vele familieleden met een slavernijverleden, zag je lange perioden staren naar deze kunstwerken.
Dit document, samen met een stapel manuscripten uit de 18de eeuw trok aandacht, ook omdat het ongezien is dat er zulke oude documenten samenkomen binnen een zogenaamd contemporaine kunstplek.

HVC: Kan je iets vertellen over je expo De gegroeide plek, die net voor Nieuwjaar is afgesloten? Ook hier legde je weer de link tussen geschiedenis en je eigen verbeelding. Je toonde er een serie tekeningen en oude stukken. Er was ook een historische Statenbijbel die een rol speelde, naar ik las.

AJ: Eigenlijk hetzelfde verhaal: ik had bij galerie Caroline O’Breen in Amsterdam een oude statenbijbel geëxposeerd alsof deze uit een soort lichttunnel was komen aarden tot aan je voeten: een historische sensatie.

HVC: Hier ga je te werk met de term “Historische sensatie” (van Huizinga) en het was ook jouw betrachting om zo’n sensatie te ‘maken’. 

AJ: Het is bekend dat sommige historici een zogenaamde historische sensatie hebben ondergaan, die zo prikkelend was dat zij bij wijze van spreken, in shock door de tijd hebben kunnen reizen. Door alle kennis op die historie zag bijvoorbeeld Johan Huizinga zichzelf teruggaan in de tijd toen hij door Groningen liep. De historische sensatie is een ervaring waarin jij als toeschouwer in een superdun moment aan bewustzijn even datgene ziet en ervaart wat ook de middeleeuwse persoon voelde toen die datzelfde oude gebouw betrad, of dat boek aanraakte, of dat schilderij bekeek. 
Ook Frank Ankersmit, die ik heb mogen ontmoeten, heeft hierover een boek geschreven. De gedaanteverwisseling op die historie, hoe zij zich aan je ontfermt, blijft raadselachtig en uit losse puzzelstukjes bestaan, maar soms is zij kraakhelder, dan voel je het eventjes door die honderden jaren heen komen aarden in je ziel.

HVC: Ik las ook dat je – schoon gezegd trouwens – werkt met ‘lichttunnels aan tijd’, als het ware ‘tijd’ dat er nergens zwart op wit te vinden is. Dat betrachtte je ook met deze expo. 

AJ: Het niets bestaat niet.

HVC: Je maakte ook een online novel … Hoe pakte je die aan?

AJ: Ik ben nu bezig met een videogame, niet langer online, maar een volledige 3D game wereld waarin je door mijn raadselachtige gedachtekamers kan dwalen en verhalen kan ontdekken. Het is een soort uiteengevallen comic book ofte visuele novel. Een geheel ander platvorm en andere soort van artistieke uiting. Als kunstenaar is er zoveel moois te brengen om de harten van anderen te vullen met een beetje goeds. 
Het plezier in het maken van werelden, of deze nu de meest innerlijke zijn die tot aan de transcendentale grens van die overgang naar de dood sturen, of gewoon iets luchtiger zijn. Allemaal zijn ze even belangrijk voor het meer doen zien hoe op te leven.

HVC: Dat zijn mooie woorden Alle!

Hilde Van Canneyt




drentsmuseum.nl

Alle Jong over zijn expo in het Drents Museum:

https://youtu.be/sqFBycQrnC4








statcounter